• De Handelingen van de Apostelen

    Inleiding op een reeks studies over de Handelingen van de apostelen, de natuurlijke voortzetting van het Evangelie van Lucas. Het artikel zet de gevolgde historisch-theologische werkwijze uiteen: de gebeurtenissen in hun context plaatsen, ze naast de brieven van Paulus leggen en een chronologie opstellen. De twee centrale figuren, Petrus en Paulus, geven structuur aan de studie. Het doel is de geboorte en de uitbreiding van de gemeente na te gaan, van Jeruzalem tot de wereld rond de Middellandse Zee, onder het werk van de Heilige Geest.

    Mattheüs 26.69-75 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Petrus zat buiten in de zaal; en een dienstmaagd kwam tot hem, zeggende: Gij waart ook met Jezus, den Galileer.Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.En als hij naar de voorpoort uitging, zag hem een andere dienstmaagd, en zeide tot degenen, die aldaar waren: Deze was ook met Jezus den Nazarener.En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.En een weinig daarna, die er stonden, bijkomende, zeiden tot Petrus: Waarlijk, gij zijt ook van die, want ook uw spraak maakt u openbaar.Toen begon hij zich te vervloeken, en te zweren: Ik ken den Mens niet.En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
    Verder lezen